Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft deze maand het startschot gegeven voor een nieuw traject: de Arbovisie 2040. Middels dit nieuwe traject zal de komende tijd een toekomstvisie worden ontwikkeld op het gebied van arbobeleid in Nederland. Ook u kunt meedenken!

Goed arbobeleid is noodzakelijk en zorgt ervoor dat mensen gezond en veilig kunnen werken. In de afgelopen jaren zijn er door werkgevers, brancheorganisaties en overheden al veel stappen gezet om zaken aangaande arbobeleid zo goed mogelijk in te richten. Echter zijn sommige problemen nog niet opgelost. In Nederland overlijden jaarlijks nog zo’n 4.100 mensen als gevolg van blootstelling aan belastende factoren op het werk, nemen de ervaren werkdruk en burn-out klachten toe en is er een forse stijging waar te nemen op het gebied van sociale veiligheid (intimidatie, lichamelijk geweld etc.). Daarnaast komen er nieuwe uitdagingen op ons af, zoals flexibilisering van de arbeidsmarkt, globalisering, robotisering en demografische ontwikkelingen.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat nu een open dialoog aan om huidige en toekomstige vraagstukken onder de loep te nemen. Ten behoeve van de discussie zijn de vraagstukken onderverdeeld in zes hoofdthema’s:

  • Het stelsel;
  • Preventie;
  • Deskundige ondersteuning;
  • Bevorderen naleving;
  • Arbeidsrisico’s;
  • Kennis.

Bovengenoemde hoofdthema’s kennen elk vraagpunten die aan de orde kunnen komen. Deze vraagpunten en aanvullende informatie vindt u terug op het Arboportaal in de startnotitie.

Via het Arboportaal kunt u ook uw mening geven over de zes bovengenoemde hoofdthema’s en de verslagen van de geplande bijeenkomsten lezen.

Dat de coronacrisis een grote impact heeft op de gehele maatschappij is inmiddels duidelijk. Daarmee staan we ook voor nieuwe uitdagingen in het bedrijfsleven waaronder de arbeidsomstandigheden en gezondheid op de werkvloer. Zowel bedrijven, instellingen als werknemers hebben daarom behoefte aan duidelijkheid over wat wel en niet mag.
Op grond van de Arbowet heeft de werkgever een zorgplicht. De zorgplicht bepaalt dat de werkgever de werknemer in staat stelt zijn werk veilig en gezond te kunnen doen. De werkgever inventariseert welke risico’s er zijn en hoe hij deze gaat aanpakken in een Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RI&E). Omdat de RI&E altijd actueel dient te zijn horen nieuwe risico’s, zoals deze ontstaan vanuit en als gevolg van het coronavirus, daar ook in thuis.

Coronaprotocol

Veel sectoren hebben inmiddels een coronaprotocol opgesteld. In het protocol staat hoe het werk in coronatijd zo verantwoord mogelijk dient te worden uitgevoerd. Een coronaprotocol heeft echter geen juridische status binnen de Arboregelgeving maar ontslaat bedrijven en instellingen daarmee niet van de verplichting om dit als risico op te nemen in RI&E. Daarom is het belangrijk dat werkgevers in hun RI&E het coronarisico onderkennen, inclusief een plan van aanpak. Een branche-RI&E of corona-Arbocatalogus kan hierbij als hulpmiddel dienen.

Handhaving

De maatschappelijke gevolgen van besmetting met corona zijn groot. De Inspectie benadrukt dan ook dat de zorgplicht uit de Arbowet extra betekenis krijgt. Zij kan handhavend optreden om te zorgen dat werkgevers de Arbowet naleven. Dit geldt dus ook bij ongezonde en onveilige situaties op het werk die ontstaan doordat werkgevers niet of onvoldoende maatregelen nemen, als de arbeidshygiënische strategie niet wordt toegepast of als er op het werk risico bestaat op besmetting met het coronavirus.

Check uw RI&E

Borger & Burghouts komt bij veel organisaties over de vloer en weet als geen ander hoe belangrijk een goede en actuele RI&E is. Speciaal voor u als klant bieden we daarom de mogelijkheid uw huidige RI&E te laten checken tegen een zeer gereduceerd tarief.
In deze check beoordelen onze adviseurs uw RI&E op volledigheid, actualiteit, aanwezigheid en volledigheid van een Plan van Aanpak. U ontvangt hiervan een kort rapport inclusief aanbevelingen om in compliance te komen.

Interesse of meer weten?
Neem contact op met Airin Papapicco

Op 24 april 2020 zetten Hugo Borger, Arthur Burghouts en Joost Baak hun handtekening onder een aantal notariële akten waarmee Joost als gelijkwaardig aandeelhouder van Borger & Burghouts B.V. en RDMG Uitgeverij B.V. toetreedt. Nu ook in formele zin de belangen zijn uitgelijnd ligt er een nog steviger fundament onder beide bedrijven.

Voor Hugo (op foto in het midden) en Arthur (op foto rechts) een mooie mijlpaal nadat zij ruim vijfentwintig jaar geleden, na hun studies, voor het pad van ondernemerschap kozen als spin off bedrijf van de Universiteit Twente. “Het was al langere tijd een wens om het aandeelhoudersbelang van ons drieën gelijk te trekken” aldus Hugo en Arthur. “Het geeft ons een goed gevoel dat dat nu gelukt is”.

Joost (op foto links) is geen nieuw gezicht voor Borger & Burghouts en RDMG, integendeel: al in 1998 trad hij in dienst als adviseur bij Borger & Burghouts. “Ik ben begonnen met het adviseren van onze bedrijfsmatige klanten bij het inrichten van managementsystemen op het gebied van milieu en veiligheid. Als snel ontwikkelde ik me ook op het commerciële vlak en heb daardoor een mooie bijdrage geleverd aan de groei van Borger & Burghouts”.

In 2012 stond Joost aan de wieg van de overname van RDMG Uitgeverij, waarmee al een jarenlange samenwerking bestond. “B&B en RDMG werkten al vele jaren samen, medewerkers kenden elkaar goed”, vertelt Joost, “de synergie tussen beide bedrijven was voor mij de reden om het overnamepad te bewandelen”. En dat is in de afgelopen jaren ook gebleken want de groei van beide bedrijven, ook in economisch lastige tijden, zit vooral op het snijvlak van wet- en regelgeving en compliance.

Vanaf het moment van overname van RDMG is Joost vooral bezig geweest beide bedrijven nog beter op elkaar te laten aansluiten. De ontwikkeling van een geheel nieuwe online applicatie voor compliance-management voor veiligheid en milieu is daarvan het meest in het oog springende bewijs. “Pharius, onze nieuwe applicatie, biedt ruim 450 organisaties in Nederland het perfecte hulpmiddel om aantoonbaar compliant te kunnen zijn. Adviseurs van B&B staan klanten bij in het opstellen van registers van wet- en regelgeving en compliance. Juist deze combinatie van een gebruiksvriendelijke tool en de kennis van de inhoud en praktijk maakt dat onze klanten ontzorgd worden”.

“Stevig fundament voor verdere groei”

RDMG en B&B hebben de afgelopen jaren al een ware metamorfose ondergaan. De synergie tussen beide bedrijven maakt dat klanten op het gebied van compliance volledig kunnen worden ontzorgd. Pharius biedt als applicatie een stevige basis waarop de dienstverlening van B&B perfect aansluit.
“We zien dat Pharius voor B&B als adviesbureau een fantastische opstap is naar een bredere dienstverlening bij onze klanten. En niet alleen B&B profiteert daarvan, inmiddels heeft RDMG 15 adviesbureaus als partner aan zich verbonden. Allemaal gebruiken zij Pharius als platform voor dienstverlening op het gebied van bijhouden van wijzigingen in wet- en regelgeving en compliance”.

Hoe zien Hugo en Arthur de toekomst, hoe kijken zij aan tegen deze gelijkwaardige verdeling van aandeelhouderschap? “Wij zijn erg blij dat we Joost als gelijkwaardig aandeelhouder verder aan onze bedrijven hebben kunnen binden. Joost heeft al jaren de operationele leiding en onder zijn aanvoering stippelen we samen de lijnen uit voor de toekomst. Een combinatie die erg plezierig verloopt. Voor onszelf betekent dit dat wij onze rol als aandeelhouder kunnen blijven vervullen en onze focus op het verrichten van interim-opdrachten en ondernemerschap kunnenhouden”.

Tot slot benoemt Joost: “we zijn al een tijdje in gesprek over uitbreiding van mijn participatie. Ik ben blij en trots dat we deze stap nu ook formeel hebben kunnen zetten. Voor mij is het echt een gevoel van “drie is beter dan twee”. Ik zie er naar uit om samen met het team de groeikansen die we zien en zelf ontwikkelen te gaan verzilveren”.

Begin 2020 heeft er een wijziging plaatsgevonden in het Arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 3.5e) die ogenschijnlijk klein lijkt maar daarentegen wel grote gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering. Het betreft een aanpassing van slechts één woord: “geen andere eisen” wordt “geen aanvullende eisen”.

Explosieveiligheid

Elk bedrijf dat te maken heeft met een (potentieel) explosiegevaarlijke omgeving is verplicht om een aanvullende risico inventarisatie uit te voeren, oftewel het Explosieveiligheidsdocument (EVD). In dit EVD wordt onder andere beschreven en beoordeeld hoe waarschijnlijk de kans op een explosie is, de aanwezige installaties, de omvang van de gevolgen, zone-gebieden en de te nemen maatregelen.
Een aantal verplichte maatregelen staan al beschreven in artikel 3.5e van het Arbobesluit en zijn daarmee dus ook wettelijk verplicht. Eén van deze verplichte maatregelen is om in gezoneerde (explosiegevaarlijke) gebieden, explosieveilige apparaten en beveiligingssystemen te gebruiken conform de juiste zone (0/20, 1/21, 2/22).

Verkeerde interpretatie

De verplichting om explosieveilige apparaten te gebruiken in explosiegevaarlijke gebieden (zone-gebieden) was dus altijd al de insteek van de Wetgever. Maar vanwege een verkeerd geformuleerde zin is dit door velen verkeerd geïnterpreteerd. De verwarring is ontstaan doordat er in het verleden stond: “voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen andere eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de apparatencategorie…”.
Daarmee is men er dus vanuit gegaan dat er van dit voorschrift afgeweken mocht worden door andere eisen te stellen. Veelal werden er dan bijvoorbeeld fotocamera’s meegenomen in aangemerkte zone-gebieden met de maatregel van een persoonsgebonden meter om de explosiegrens te bewaken.

Na de wijziging

De tekstuele aanpassing van “andere eisen” naar “aanvullende eisen” zorgt ervoor dat de verplichting nu aangeeft dat er altijd gewerkt moet worden (indien beschikbaar) met explosieveilige apparaten. Dit dient ook zo beschreven te worden in het EVD. Materialen die EX-geschikt zijn krijgen een logo zoals hiernaast te zien. Daarbovenop mogen er uiteraard nog steeds aanvullende maatregelen worden genomen zoals persoonsgebonden meters.
Voor apparaten die nog niet in een explosieveilige uitvoering beschikbaar zijn dienen altijd aanvullende maatregelen te worden getroffen die in het EVD worden beschreven.

Meer weten over deze verandering?

Neem contact op met Floor Ham of Airin Papapicco

Meld u aan voor de nieuwsbrief van B&B en ontvang elk kwartaal vergelijkbare artikelen in uw mailbox. Of volg ons op LinkedIn

De gewijzigde eisen voor verwarmings- en airconditioningssystemen zijn onderdeel van de herziene Europese richtlijn over energieprestatie van gebouwen (Richtlijn 2010/31/EU). Het uiteindelijke doel is om het energiegebruik in gebouwen terug te dringen. Voor verwarmingssystemen is de reikwijdte vergroot en voor airconditioningsystemen is de reikwijdte verkleind. In beide gevallen gaat het om systemen (combinatie van de onderdelen) die nodig zijn voor een vorm van inpandige luchtbehandeling, waardoor de temperatuur wordt verhoogd dan wel verlaagd.

De vereisten van airconditioningsystemen wordt overgeheveld van het Besluit energieprestatie van gebouwen naar het Bouwbesluit 2012 en samengevoegd met verwarmings- en ventilatiesystemen. Hetzelfde geldt voor de bijbehorende regelingen. In het Bouwbesluit 2012 en de Regeling Bouwbesluit 2012 zijn nieuwe onderdelen toegevoegd, respectievelijk ‘Afdeling 6.15. Verwarmingssystemen en airconditioningsystemen, bestaande bouw’ en ‘Hoofdstuk 3a Verwarmingssystemen en airconditioningsystemen’.

Met de nieuwe onderdelen in het Bouwbesluit 2012 en de Regeling Bouwbesluit 2012 is veel bij het oude gebleven, maar er zijn zeker ook belangrijke wijzigingen. Zo is de keuring uitgebreid naar de combinatie van verwarmings- en ventilatiesystemen en airconditionings- en ventilatiesystemen en is de drempel gesteld op 70 kW.

Keuring gekoppelde ventilatiesysteem

Wanneer er een ventilatiesysteem gekoppeld is aan een verwarmings- of airconditioningssysteem, moet dit ventilatiesysteem ook gekeurd worden.

Drempel 70 kW

De (nieuwe) drempel van 70 kW betekent een verlichting voor airconditioningsystemen. De oude drempel was 12 kW, zodat de keuringsplicht voor installaties tussen de 12 en 70 kW vervalt. Voor airconditioningsystemen en gecombineerde airconditionings- en ventilatiesystemen geldt een keuringsplicht van eenmaal per vijf jaar.
Voor verwarmingssystemen is wat betreft stookinstallaties reeds een keuringsplicht opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer voor installaties groter dan 100 kW. Voor overige verwarmingsinstallaties en gecombineerde verwarmings- en ventilatiesystemen -en dus ook voor stookinstallaties tussen de 70 en 100 kW- gaat een keuringsplicht gelden van eenmaal per 4 jaar (SCIOS keuring).

Voor de berekening van het nominale vermogen moeten de vermogens van de verschillende onderdelen van het systeem worden opgeteld. Dit geldt voor verwarmingssystemen en airconditioningsystemen separaat. Het is dus mogelijk dat in een gebouw het verwarmingssysteem wel onder de keuringsverplichting valt en het airconditioningsysteem niet, of andersom.

De (gewijzigde) keuringsplicht geldt van 10 maart 2020. Installaties die voorheen nog niet onder de keuringsplicht vielen, zullen binnen respectievelijk 4 of 5 jaar gekeurd moeten worden. Van installaties die reeds onder de keuringsplicht vielen en waarvan de keuringsplicht niet is vervallen, zal het huidige keuringsregime voortgezet moeten worden. In alle gevallen geldt dat de eigenaar keuringsverslagen tot tenminste één jaar na een volgende keuring moet bewaren.

De (gewijzigde) keuringsplicht zal worden gecontroleerd door gemeenten.